1. Als ik opsta, ben ik al moe.
Als ik mij gewassen heb, ben ik moe erna.
Als ik boodschappen doe, ben ik moe erna.
Als ik iets lees, ben ik moe erna.
Als ik ga wandelen, ben ik moe erna.
Als ik ga slapen, ben ik moe, maar kan niet slapen.
2. Ik ben zo moe,
ik ben zo loom,
ik ben zo uitgeput,
ik heb niet veel krachten meer,
ik ben zo lui,
ik wil niet meer !
3. De spanning zit in mijn spieren,
de spanning zit in mijn lichaam,
de spanning zit in mijn gedachten,
de spanning zit in mijn hoofd,
de spanning is er overdag,
de spanning is er s’nachts,
de spanning gaat nooit weg!
4. Ik zou mijn hoofd tegen de muren willen slaan,
ik zou mijn hoofd willen opensnijden,
ik zou mijn hoofd willen losmaken,
ik zou mijn hoofd willen leegmaken,
ik zou mijn hoofd willen verlossen van al die pijn.
5. Pijn in de spieren,
pijn in de gewrichten,
die pijn is er elke dag, elke dag weer.
Pijn bij het opstaan,
pijn bij het slapengaan,
die pijn is er elke dag, elke dag weer.
Pijn als ik beweeg,
pijn als ik lig,
pijn als ik zit,
die pijn is er elke dag, elke dag weer.
