Feeds:
Berichten
Reacties

gedichten over zelfmoord

Deze gedichten heb ik geschreven in de periode dat ik nog in een hevige depressie zat. Ik dacht toen enorm veel aan zelfdoding, had hele zwarte gedachten.

Mezelf van het leven beroven, daar denk ik niet meer aan. Depressief ben ik nog, maar het neemt niet meer zo een grote plaats in. De zwarte hond volgt mij niet cotinu meer. Zie ook deze blogpost : https://autimonde.wordpress.com/2017/01/20/ik-kan-de-depressie-controleren-in-plaats-van-dat-de-depressie-mij-controleert-dixit-viktor-staudt/

 

 

  1. Welk doel heeft het nog te leven,

als je zo voor het minste uitgeput raakt?

Welk doel heeft het nog te leven,

als je zo wanhopig bent voor je toekomst?

Welk doel heeft het nog te leven,

als je zo eenzaam bent zelfs in gezelschap?

Welk doel heeft het nog te leven,

als je de mensen van wie je houd elke keer kwetst?

Welk doel heeft het nog te leven,

als je zelfs de dingen die je leuk vind niet meer kunt doen?

Welk doel heeft het nog te leven,

als je weet dat je steeds verliefd geraakt op iemand die niet aanvaard zal worden?

21-1-2004

 

  1. Ik verdien geen aandacht,

ik verdien geen vrienden,

ik verdien geen geluk,

ik verdien geen hobby’s,

ik verdien het niet om te leven !

                                                            16-4-2004

 

3 Het is beter dat ik wegga,

want ik ben een last.

Het is beter dat ik wegga,

want ik bezorg alleen miserie.

Het is beter dat ik wegga,

want ik doe niks goed.

Het is beter dat ik wegga,

want alles is mijn schuld.

16-4-2004

 

4 Wie ben ik?

Niemand.

Wat wil ik?

Niks meer

Welk leven heb ik ?

Geen leven meer

Wat ben ik nog waard?

Niks meer

                                                            24 -5 – 2004

 

 

5 Ik wil uit het leven stappen,

om geen pijn meer te voelen.

Ik wil uit het leven stappen,

om geen angst meer te voelen.

Ik wil uit het leven stappen,

om geen stem meer te horen.

Ik wil uit het leven stappen,

om geen dwangen meer te horen.

Ik wil uit het leven stappen,

om niet meer te hoeven vechten.

27 – 5 – 2004

 

  1. Ik vecht steeds,

maar het maakt me meer en meer moe.

Ik vecht steeds, maar verlies steeds weer opnieuw.

Dus, wat voor nut heeft het nog?

Waarom moet ik het verder doen?

                                                            27 – 5 -2004

 

  1. Help, ik kan het niet meer aan.

Help, alles is te vermoeiend.

Help, ik heb zoveel pijnen.

Help, ik heb geen fut meer.

Help, ik wil niet meer leven.

2 – 6 – 2004

 

  1. Ik wil mezelf van kant maken,

maar het lukt niet.

Ik probeer mijn polsen open te snijden,

maar zonder succes.

Ik ga naar het station,

maar geraak niet op het perron.

Ik spreek over euthanasie,

maar krijg geen gehoor.

                                                            20 – 10 – 2004

 

Nog even dit: ik ben nu blij dat mijn pogingen niet gelukt zijn. Ik zou zoveel gemist hebben. Het plezier die ik heb als ik mij neefjes en nichtjes zie, de boeiende contacten op de sociale media, het samen zijn met familie, genieten van het binge watchen van een serie op Netflix, gaan wandelen en Pokemon Go spelen,…

 

Ik begrijp heel goed de mensen die niets hebben aan de tips en adviezen die men hen geeft als ze zo diep in een zwart gat zitten. Zoek hulp, laat je helpen, zelfs al wil je het niet. Later zal je blij zijn. Je kunt ook anoniem de zelfmoordlijn bellen, of zelfs chatten. (https://www.zelfmoord1813.be )

moeite met dingen vragen

Waarom vind ik het moeilijk om dingen te vragen? Waarom lukt het mij niet om écht te zeggen wat ik wil, of hoe ik me voel? Is het uit angst verstoten te worden? Omdat ik moeite heb met mijn gevoelens uit te drukken?

 

Als men mij de vraag stelt hoe ik me voel, dan zeg ik “goed”. Het is een standaard antwoord, heb ik geleerd. Want veel mensen zijn niet geïnteresseerd in hoe je je echt voelt. Het is een beleefdheidsvraag, naar het antwoord wordt toch amper geluisterd. En mocht je zeggen dat je je niet goed voelt, dan weten de mensen niet wat te zeggen, gaan ze weg van jou. Ofwel zeggen ze dat zij dit ook hebben, zich ook zo voelen, en dat ik maar dit of dat moet doen. (zonder te weten dat ik al heel wat geprobeerd heb, en het mij niet helpt). De meesten houden er niet van dat anderen klagen, maar meestal klagen ze zelf. Trouwens, in het verleden, heeft iemand mij eens gezegd dat ik moest stoppen met klagen, omdat ik zo de mensen afschrik en ze van me wegjaag. Ik had nochtans niet de indruk dat ik veel aan het zagen was.

Toen ik jonger was, zat ik in een activiteitengroep. Als er feestjes waren, en ik met een zogezegde vriendin aan het praten was, en als zij een jongen zag langskomen, dan liet ze me achter midden in een gesprek. Dat is mij vaak gebeurd, dat als ik iets zeg, de personen niet luisteren. Dus nu zwijg ik meestal, en zeg ik niets. Want het is te pijnlijk om genegeerd te worden.

Zelfs mensen die dicht bij me staan, waarvan ik weet dat ik ze kan vertrouwen, zelfs aan die personen antwoord ik dat het goed gaat, ook als het niet zo is. Ik wil ze niet belasten met mijn zorgen, mijn problemen, omdat zij er zelf al hebben, ze het zelf al enorm druk hebben. Ik weet dat het stom is van mij, omdat ik zo niet mijn ware aard laat zien. Ik probeer om het anders te doen, helaas is het zo al een overlevingsmechanisme geworden (misschien ook om mij te beschermen van lastige vragen, bang om te beginnen te huilen?).

 

Als men mij vraagt wat ik graag wil hebben voor bv mijn verjaardag, dan zeg ik niets. Hoewel ik meestal wel een idee heb van wat ik graag wil hebben. Ik durf er niet om te vragen. Ik vind dat ik het niet verdien. Dat ik al zoveel heb, dat het niet iets is dat levensnoodzakelijk is.

En dan knaagt het aan mij. Vraag ik het of niet. “Nee, het is te duur, het is maar een gadget. Ja, je mag het zeggen want ze hebben de vraag gesteld.” Deze tweestrijd woedt maar door in mijn geest. En daarna is het te laat, het zijn vijgen na Pasen. Ik ben bang voor de reacties van anderen, dat ze zeggen dat ik dit toch niet nodig heb, dat het dom is om daar geld aan te geven.

 

Zou het kunnen komen door mijn gevoel van minderwaardigheid, door de pesterijen uit mijn schooltijd dat ik zoveel moeite heb met uit te drukken wat ik graag wil? Of omdat ik meer aan anderen wil geven dan aan mezelf? Wat denken jullie?

Zijn er mensen die dit herkennen?

Wie ben ik in 15 vragen

Tistje heeft een tijdje terug zijn visitekaartje in 15 vragen geschreven. (https://tistje.com/2016/12/11/mijn-visitekaartje-in-vijftien-vragen/ )

Ik vond dit een leuk idee, en na toestemming wil ik ook een poging doen om die vragen te beantwoorden.

 

  1. Wie ben je? Pascale, 43 jaar oud.
  2. Diagnose? Autisme spectrum stoornis, fybromyalgie
  3. Wat ging aan je diagnose vooraf? Veel onbegrip, verkeerde diagnoses, heel veel medicatie, verschillende opnames in diverse instellingen (waar ouders buitengesloten werden, en geen contact mochten hebben met de psychiaters, zij waren namelijk de schuldigen dat ik zo was), pesterijen op school,….
  4. Wat betekent/de je diagnose voor jou? Het vermoeden dat mijn moeder al had toen ik 3 jaar oud was, bleek toch te kloppen. Ik kon nu eindelijk de juiste hulp krijgen. Ik kon beginnen te aanvaarden dat ik gewoon anders ben dan de anderen, dat mijn hersenen op een andere manier werken.
  5. Je bent goed in…? In het luisteren
  6. Mensen waarderen je omdat…? Dat is een moeilijke vraag. Ik ben geen “mind reader” en kan dus niet weten wat anderen van mij denken. Ik vermoed dat ze mijn vriendelijkheid en behulpzaamheid appreciëren. Mijn neefjes en nichtje waarderen de tijd die ik aan hen besteed als ik hen zie.
  7. Ik kan hulp gebruiken wanneer…? Bij alles wat hoort voor feestjes : wat aan te doen, hoe moet ik bedanken, wat mag ik wel of niet zeggen,…. Bij belangrijke doktersbezoeken : ik zou dingen verkeerd kunnen begrijpen, niet alles zeggen wat belangrijk is, dingen uit hun context halen.
  8. Wat biedt je comfort? In bed gaan liggen en muziek of een boek beluisteren. Een serie op netflix bekijken. Een harde knuffel krijgen. Mijn squeeze vest.
  9. Wanneer en hoe kan je omgeving jouw autisme opmerken? Het is heel moeilijk op te merken, want bij mij is niets zichtbaars. (zelfs als ik erg moe ben, of ziek, zie je het amper). Je kunt het wel zien als ik extreem angstig ben, en mij dan ga afzonderen, en bewegingen doe met mijn benen bv. Of ook als ik prikkelbaarder begin te worden, en binnensmonds vloek (omdat het me te veel word, en ik niet meer tegen de prikkels kan)
  10. Welke verwachtingen heb je van jezelf? Ik stel veel te hoge eisen aan mezelf. Ik ben een perfectionist. Ik wil een leven kunnen leiden die niet kan, omwille van mijn autisme en chronische pijnen. Ik weet dat het niet kan, en toch probeer ik er alles voor te doen. Waardoor ik vaak teleurgesteld ben.
  11. Welke verwachtingen heb je tegenover je omgeving? Hoe veeleisend ik ook ben voor mezelf, van mijn omgeving vraag ik dit niet. Ik wil alleen dat ze mij aanvaarden zoals ik ben, en begrip tonen als ik bv niet kan komen naar een familiefeest. (en ik bof dat ze zo begripvol zijn)
  12. Welke verwachtingen heb je tegenover de samenleving? Dat het personen met een beperking niet buitensluit, zoals helaas vaak het geval is.
  13. Hoe ga je om met de verwachtingen die anderen aan jou stellen? Ik kan hier niet op antwoorden, want ik weet niet wat ze van mij verwachten. Als ze mijn hulp nodig hebben, dan ben ik er voor hen.
  14. Waar kan ik me tonen als mezelf? Ik heb het gevoel om steeds een masker te dragen. Zelfs wanneer ik alleen ben. Ik wil niet tonen dat ik zwak ben, ik wil altijd mijn beste kant tonen. Op twitter en facebook denk ik mezelf te zijn. Het is makkelijker als ik de persoon niet zie, en schriftelijk kan ik me beter uitdrukken dan verbaal.
  15. Waar en wanneer pas je je aan? Ik pas me altijd en overal aan. Ik wil voor iedereen goed doen, ik hou er niet van om iemand te zien lijden, dus doe ik alles wat ik kan voor die persoon.

Gisteren zag ik op facebook een filmpje waarin Viktor Staudt aan het woord kwam, in een programma op de Nederlandse televisie. Het ging over suïcide preventie. Viktor heeft een boek geschreven na zijn mislukte zelfdood poging (“Het verhaal van mijn zelfmoord”). Ikzelf heb ook pogingen ondernomen, je kunt het hier teruglezen : https://autimonde.wordpress.com/2013/09/02/taboe-onderwerp-zelfdoding/

 

In deze blog wil ik het hebben over een zin die Viktor gezegd heeft tijdens dit programma (hier kan je het terugzien: https://l1.nl/avondgasten-het-lijkt-misschien-onwaarschijnlijk-maar-ik-heb-het-ook-gered-126062/ )

Hij zegt : “Ik kan de depressie controleren in plaats van dat de depressie mij controleert.”

 

Ik vind het zo goed verwoord. Zo ervaar ik het ook. De zware depressie die ik in 1999 heb gehad en die jaren geduurd heeft, maakt niet meer zo een groot deel uit van mijn leven. Het controleert mijn leven niet meer, de “zwarte hond” volgt mij niet meer continu, die hond is niet meer 24/24, 7dagen op 7 aanwezig.

Volgens mij, maar ik kan ook ongelijk hebben, is het de antidepressivum die mij voor een groot deel zo helpt. Als ik het een paar dagen niet neem, omdat ik het vergeten ben, dan voel ik de somberheid heel snel terugkomen, dan raak ik sneller geëmotioneerd, dan komen de donkere gedachten terug. Ik heb dus een groot vermoeden dat dit antidepressivum mij red, en mij helpt om de dagen door te komen.

 

Ben ik nu genezen van die depressie? Ik denk het niet. Ik blijf er gevoelig voor. Ik herken wel sneller de signalen. En weet dat ik dan streng moet zijn voor mezelf, en moet ingrijpen voor het te ver vordert. Dit betekent: blijven bewegen, niet de hele dag in bed blijven liggen, naar buiten gaan, naar de supermarkt gaan (ook al kost het me veel moeite, en zijn de angsten zeer groot),…

Ik kan ook niet zeggen dat ik “gelukkig” ben, maar ben wel blij dat ik nog leef, dat mijn pogingen niet gelukt zijn. Ik kan me niet inbeelden wat een leven mijn ouders, familieleden nu zouden hebben, en met welk schuldgevoel ik ze achter gelaten zou hebben.

Alleen al die gedachten zorgen ervoor dat ik geen pogingen of plannen meer heb/maak om uit het leven te stappen.

 

Ik herinner mij dat een 2tal jaren terug een assistent huisarts mij zo iets gezegd heeft (ik kan mij de juiste formulering niet meer herinneren) : “Sommige mensen zijn niet geboren om gelukkig te zijn. Jij bent misschien één van die.” Ik was geschokt toen ze dit zei. Maar misschien is het wel zo. Dit is dus naast mijn autisme, chronische pijnen, ook iets dat ik aanvaard.

Nu denk ik dat mijn doel in dit leven misschien is om anderen gelukkig te maken, aangezien ik bijna nooit neen kan zeggen als anderen om hulp vragen.

Ik weet dat het veel misschiens zijn, in het leven zijn er nu veel onzekerheden.

 

Ik wil graag eindigen met het volgende: ook al lijkt er geen licht aan het einde van de tunnel, hoe eenzaam je je ook voelt, weet dat je er nooit alleen voor staat. Ook al duurt het lang voordat je de juiste persoon vind, de persoon die je een sprankeltje hoop kan geven, die persoon bestaat écht!

Kerstmis, nostalgie

Oh, het einde van het jaar is aangebroken. Ik doe geen jaaroverzicht, zoals de media dat doet. Want ik ben het jaar doorgekomen met veel horten en stoten, veel pijn, zoals steeds. En elk jaar zal het zo zijn. Dit is zo voor mensen die chronisch ziek zijn, denk ik. In elk geval is het zo voor mij. En ik aanvaard het, ertegen vechten maakt het alleen maar erger.

 

Ik hou niet van de eindejaarsfeesten. Niet meer zoals vroeger, toen ik jonger was. En dit is niemands schuld. Of misschien gewoon de maatschappij die zo veeleisend geworden is? Zodanig dat ik steeds meer stress heb om het perfecte cadeau te vinden voor mijn neven en nicht. Omdat ze misschien beïnvloed worden door de reclames, door hun vrienden op school. Ze hebben ook al veel, en ik weet niet wat hen nog plezier kan brengen. Net zoals sommigen volwassenen ook beïnvloedbaar zijn en het nieuwste willen hebben (ik geef toe dat ik ook niet zo onschuldig ben hierin, ik hou van de technologische snufjes, ik kijk wel veel rond, maar ga niet kopen).

 

Ik blik nostalgisch terug naar Kerstmis bij mijn grootouders. Het was er simpel, zonder veel chi chi en bla bla. Gezellig samen zijn met ooms, tantes, neven en nichten. Samen spelen, zonder te veel geruzie. Respect tonen voor de ouderen. Als men neen zei, dan wist men dat het zo was. We moesten niet proberen tegen in te gaan. We spraken niet tegen.

Lekkere simpele maaltijd, met veel liefde en geduld bereid door mijn grootouders.

Wij, als kind, waren blij met elke cadeau die we wel of niet kregen.

Gewoon praten, en naar elkaar luisteren.

 

Misschien was het voor mij toen ook veel makkelijker. Ik hoefde nergens voor te zorgen. Ik was nog een kind. Had weinig verantwoordelijkheden.

Nu is het anders. Ik ben volwassen, heb enorm veel last van prikkels, ben angstiger, voel me minder waard dan anderen,…. Niemand ziet het, want ik heb altijd een glimlach op mijn gezicht. En zo hoort het ook. Ik zal toch geen lang gezicht trekken, en huilen. Het zou voor niemand fijn zijn, ook niet voor mij.

 

Ik mis mijn grootouders zo erg Ik weet dat ze van hierboven een oogje in het zeil houden, en ons beschermen. Ik hoop hen niet te ontgoochelen.

 

Ik wil nogmaals zeggen dat het niet is omdat ik niet van de feestdagen hou, dat ik niet van mijn familie hou. Niets is minder waard. Ze zijn alles voor mij. Ik ben hen zo dankbaar. En ik hou enorm van hen allen.

wachten, wachten en wachten

Wachten, wachten en nog eens wachten. Ik heb de indruk dat mijn leven momenteel uit niets anders bestaat.

Wachten op wat?

  1. Wachten dat de verbouwingen af zijn op mijn appartement.

Elke keer weer verschuif ik de einddatum in mijn hoofd. Ik weet niet hoeveel keer ik dit al gedaan heb. Nu doe ik het niet meer, want het is elke keer een teleurstelling. Ze beloven dat ze opnieuw gaan beginnen, dat het binnen de 4 maanden af zal zijn. Niets is ervan waar. Nu denk ik van: het zal ooit wel eens klaar zijn, en dan zal ik terug kunnen genieten van onafhankelijk wonen.

 

  1. Wachten dat de werken af zijn thuis

We hebben lekproblemen gehad in het huis, waardoor er nieuwe leidingen geplaatst moesten worden. Die moeten herplaatst worden omdat we ze liever in de muur willen. En daar ook is het wachten dat de werkman tijd heeft. Hij is druk druk bezet, hij moet steeds herstellingen gaan verrichten. Hij werkt als zelfstandige en alleen. Pech voor ons dus. Ondertussen is het een puinhoop in verschillende kamers. We hebben een kamer volledig moeten ontruimen. Ik stel mij de vraag wanneer we gaan kunnen beginnen opruimen?

 

  1. Wachten op meer energie/minder pijn

Er zijn zoveel dingen die ik graag wil doen, maar mijn lichaam laat het mij niet toe. Het is zo frustrerend om na een activiteit te moeten gaan liggen omdat ik omval van vermoeidheid. Ik kan niets plannen, want moet vaak dan anderen teleurstellen.

Hier vrees ik dat dit zo zal zijn voor de rest van mijn leven. Het is al jaren zo en heb er nog altijd moeite mee om het te aanvaarden dat ik chronische pijnen heb. Dat ik sneller opgebrand geraak.

 

  1. Wachten dat ik in slaap val

Ik lig uren wakker in bed. Ik heb nochtans de indruk dat ik rustig ben, dat ik niet te veel nadenk. De slaap laat op zich wachten, wilt maar niet komen. Vannacht was het na 4 uur dat ik eindelijk in slaap viel.

 

  1. Wachten op meer begrip

Naar mijn gevoel is er nog veel te veel onbegrip wat betreft niet zichtbare beperkingen. Mensen denken dat omdat ik niet werk, ik niet moe kan zijn. Dat omdat ik niet werk, wel tijd heb om iets voor hen te doen. Niets is minder waar. Ik zou niets liever willen dan te kunnen gaan werken, mijn steentje bijdragen aan de maatschappij. Het lukt mij gewoon niet. Wat is daar zo moeilijk aan te begrijpen? En nee, ik ben geen profiteur!

 

  1. Wachten op zoveel andere zaken

Wachten dat iemand klaar is om te kunnen vertrekken. Wachten dat de feestdagen voorbij zijn (het bezorgt mij tonnen stress). Wachten dat bij sommige familieleden hun huis ook in orde is. Wachten dat ik misschien een buddy kan zijn voor een kind met autisme. Wachten dat ik mezelf durf te tonen zoals ik ben, zonder masker op te zetten, en zonder bang te hoeven zijn van de reacties van anderen.

 

Nu, hoe ga ik hiermee om? Ik heb gelukkig in de loop der jaren geleerd om geduldig te zijn. Maar ik moet zeggen dat sommige dagen mij geduld op begint te raken. Dat ik er soms moedeloos van wordt. Dat ik me afvraag wanneer ik nu eindelijk eens voor mezelf mag leven, en niet steeds alles in functie van anderen doe.

Aan de andere kant ben ik blij dat zoland ik nog thuis woon ik mijn ouders zoveel mogelijk kan helpen in het huishouden, met opruimen, met naar containerpark te rijden,…

Ik heb een grote dosis geduld, en ik kan gelukkig beter omgaan dan vroeger met tegenslagen.

 

De ultieme vraag blijft: wanneer zal mijn appartement eindelijk klaar zijn? Dat is wat mij het meest ergert in al mijn waslijst van zaken waarop ik wacht.

 

Hoe gaan jullie om met wachten? Lukt het jullie om te relativeren?

oude gedichten, jaar 2004

Gedichten geschreven in het jaar 2003 en 2004. In die tijd heb ik er heel veel geschreven, die ik al gepost heb op mijn blog. Het was een manier om mijn gevoelens uit te drukken. Ik kon het verbaal niet benoemen, het lukte mij beter door ze neer te pennen in dichtvorm. Ik had toen nog geen diagnose van autisme. Maar was toen wel al verschillende keren opgenomen geweest in de psychiatrie, voor zware depressie. Ik voelde me toen ook heel erg down, zag het helemaal niet meer zitten. Vandaag de dag heb ik nog periodes waar ik in een depressie zit, en waar ik het totaal niet meer zie zitten. Het verschil met vroeger is dat ik nu geen poging meer zal ondernemen om mij van het leven te beroven. Ik heb dit aan verschillende personen beloofd!

 

  1. Wil jij even een dag in mijn schoenen staan,

en die angstheid voelen?

Wil jij even een dag in mijn schoenen staan,

en die kwaadheid voelen?

Wil jij even een dag in mijn schoenen staan,

en die stem horen?

Wil jij even een dag in mijn schoenen staan,

en die dwanghandelingen uitvoeren?

Wil jij even een dag in mijn schoenen staan,

en die extreme pijn voelen?

Wil jij even een dag in mijn schoenen staan,

en die chaos in mijn hoofd ervaren?

Wil jij even een dag in mijn schoenen staan,

en die extreme uitputting ervaren?

23-1-2004

 

  1. Het zwart schaap,

dat was ik al sinds kleinsaf.

Het zwart schaap,

dat was ik nog in t’middelbare.

Het zwart schaap,

dat was ik op de hogeschool.

Het zwart schaap,

op t’werk.

Het zwart schaap,

ook in activiteitengroep.

Het zwart schaap,

zo voel ik mij nog steeds.

                                                            1-2-2004

 

  1. . Ik kan niet meer lachen,

zoals vroeger.

Ik heb geen doelen meer,

zoals vroeger.

Ik ben niet het vrolijke meisje meer,

zoals vroeger.

Ik kan niet meer genieten van alledaagse kleine dingen,

zoals vroeger.

Ik kan niet meer slapen,

zoals vroeger.

7-5-2004

 

  1. Ik ben bang, en dit als sinds zo lang.

Ik ben bang, en dit houd me in bedwang.

Ik ben bang, en mocht je maar verdwijnen, dat is wat ik verlang.

                                                            30 – 9 – 2004

 

  1. Telke maal opnieuw probeer ik het,

telke maal opnieuw zoek ik in mijn laatste krachten,

telke maal opnieuw spreek ik mezelf moed in.

 

Maar elke keer weer is het een mislukking,

maar elke keer weer ben ik uitgeput,

maar elke keer weer ben ik wanhopig.

23-10-2003